Operatie Kelk
In de zomer van 2010 brak de affaire-Vangheluwe los en werd een strafrechtelijk onderzoek Operatie Kelk opgestart. De beelden van de huiszoekingen in Mechelen staan bij velen in het geheugen gegrift. Deze gerechtelijke procedure kent vandaag, vijftien jaar later, nog steeds geen definitief beslag. In de reportage Godvergeten, met beklijvende getuigenissen van slachtoffers, werd de aanpak door de Kerk en Justitie van seksueel misbruik aangeklaagd.
Commissie onderzoekt disfuncties
Het onderzoek was de aanleiding tot de oprichting van meerdere parlementaire commissies, in het bijzonder van de parlementaire onderzoekscommissie naar mogelijke disfuncties in Operatie Kelk. Die onderzoekscommissie Operatie Kelk rondt na anderhalf jaar haar werkzaamheden af en legt haar eindverslag neer. Dat werd quasi unaniem goedgekeurd, enkel PVDA stemde tegen.
Kerk ontbindt duivels
Voor Sophie De Wit, Kamerlid en lid van de onderzoekscommissie voor de N-VA, zijn de volgende drie elementen de meest kwalijke zaken die het parlementair onderzoek bevestigt.
- Kerk koos voor procedureslag
Ten eerste is het strafrechtelijk onderzoek ontaard in een juridische uitputtingsslag. En dat doordat de Kerk ervoor koos voor een procedureslag in plaats van ten volle haar medewerking te verlenen aan het onderzoek. “De Kerk heeft al haar duivels ontbonden om een degelijk gerechtelijk onderzoek onmogelijk te maken”, stelt de Wit vast. “Opnieuw heeft de Kerk zo de slachtoffers niet op de eerste plaats gezet.” - Magistratuur liet steken vallen
Hoewel in onderzoek hard en met de beste intenties is gewerkt door tal van individuele speurders en magistraten, toont het eindverslag daarnaast ook aan dat een aantal actoren binnen de magistratuur steken hebben laten vallen. De onderzoekscommissie bevestigt heel wat disfuncties die de Hoge Raad van Justitie reeds eerder in zijn onderzoek blootlegde. “Het is ontluisterend dat sommige hooggeplaatste magistraten destijds kennelijk niet in staat waren om op een professionele manier samen te werken, correcte inschattingen te maken en juiste beslissingen te nemen – zij het dan onder hoge druk”, aldus De Wit. “Zo liep de coördinatie tussen de verschillende actoren mank, werden burgerlijke partijen niet uitgenodigd op sommige zittingen, bleef een gewraakte magistraat gewoon verder zetelen en werden tegenstrijdige arresten geveld. Daarnaast hebben interne spanningen binnen de magistratuur de gedegen afhandeling van dit onderzoek evenmin bevorderd.” - Gebrek aan terughoudendheid minister van Justitie
Ten slotte leidden het delicate karakter van het onderzoek en de grote mediabelangstelling voor dit dossier ertoe dat verschillende betrokkenen op de toppen van hun tenen liepen. Zo was er sprake van talrijke contacten tussen enerzijds de voormalige minister van Justitie en diens kabinet en anderzijds het Parket-Generaal. Het Parket-Generaal op zijn beurt ging over tot micromanagement van het dossier en stuurde dozijnen dwingende bevelen richting het bevoegde parket. “Die talrijke contacten en verzoeken heen en weer hebben niet bijgedragen tot het serene en goede verloop van het gerechtelijk onderzoek. De toenmalige minister had er dan ook beter aan gedaan een meer terughoudende houding aan te nemen en het parket gewoon haar werk laten doen”, meent De Wit.
Geen tastbaar resultaat
“Al die elementen samen hebben ertoe geleid dat het onderzoek niet is verlopen zoals mocht worden verwacht vanuit het oogpunt van een behoorlijke rechtsbedeling. Het pijnlijke gevolg is dat we, samen met de slachtoffers en overlevers, vandaag moeten vaststellen dat ‘Operatie Kelk’ meer dan vijftien jaar na aanvang geen tastbaar resultaat heeft opgeleverd”, stelt De Wit tot haar spijt vast.
137 aanbevelingen
De 36 concrete aanbevelingen in het eindverslag hebben dan ook tot doel om de procedurele waarborgen te versterken, de coördinatie en het beheer van grote dossiers te verbeteren, en te zorgen voor herstel richting de slachtoffers, een striktere en zorgvuldigere inachtneming van de rechten en verwachtingen van de slachtoffers. “Ik verwijs ten slotte ook graag naar de 137 aanbevelingen die we formuleerden met de voorgaande onderzoekscommissie in mei 2024. Zo werd onder meer de oprichting van een herstelfonds voor de slachtoffers, gefinancierd door de daders, aanbevolen alsook de oprichting van een Arbitragecommissie met de focus op juridisch verjaarde feiten en de aanstelling van een interfederale commissaris. Het is belangrijk om in te zetten op herstel ten aanzien van de slachtoffers dus ik maak van de gelegenheid gebruik op daar nogmaals op aan te dringen bij de bevoegde minister”, besluit De Wit.