In 2021 ging het om 56.346 dossiers, terwijl er in 2025 liefst 67.583 dossiers werden geopend, dat zijn er 185 per dag. Over de periode 2021-2025 gaat het in totaal om bijna 324.000 parketdossiers. “We moeten de drempel om aangifte te doen nog verder verlagen, door de werking van de regionale Veilige Huizen te faciliteren met voldoende verbindingspersonen vanuit politiezones en voldoende parketcriminologen ter beschikking te stellen”, zegt De Wit.
Fysieke agressie, belaging en bedreiging
Het gaat hierbij vaak om fysieke agressie, maar niet uitsluitend. In ongeveer 36% van de dossiers van partnergeweld gaat het om opzettelijke slagen en verwondingen. Daarnaast gaat het in bijna 16% van de dossiers over belaging, in ongeveer 14% over relationele conflicten, in bijna 12% over problemen rond de niet-afgifte van kinderen en in ongeveer 8% over bedreigingen.
Opvallend is ook hoe de dossiers bij Justitie terechtkomen. Slechts een halve procent ontstaat via een rechtstreekse klacht of burgerlijke partijstelling door een betrokkene, terwijl bijna 94% van de parketdossiers voortkomt uit een proces-verbaal van de politie. Dat bevestigt dat partnergeweld in de praktijk meestal pas zichtbaar wordt wanneer de politie ter plaatse moet komen bij een crisissituatie.
Slachtofferapp met gps-tracker
“Om slachtoffers beter te beschermen, hebben we bovendien een wetsvoorstel ingediend dat rechters toelaat de slachtofferapplicatie in meer gevallen op te leggen, zoals bij voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht en tijdelijke huisverboden. Dit voorstel is klaar voor stemming”, zegt De Wit.
De app voorziet zowel dader als slachtoffer van een gps-tracker. Zodra de dader het verbod overtreedt, krijgt het slachtoffer meteen een waarschuwing. Tegelijk wordt ook het centrum voor elektronisch toezicht verwittigd, zodat de ordediensten snel kunnen ingrijpen.
Meeste dossiers van partnergeweld komen nooit voor de rechter
Volgens de parketstatistieken eindigt liefst 60% van de dossiers van partnergeweld zonder strafrechtelijke vervolging: ruim 35% wordt geseponeerd om technische redenen, bijvoorbeeld wegens onvoldoende bewijs of een onbekende dader. Bijna 27% wordt geseponeerd om opportuniteitsredenen, zoals ‘beperkte maatschappelijke weerslag’, ‘geen strafblad’ of ‘jeugdige leeftijd van de verdachte’. Slechts 11% leidt tot een klassieke vervolging voor de rechtbank en in nog eens ongeveer 11% wordt een alternatieve maatregel zoals probatie opgelegd.
“Het is problematisch dat meer dan de helft van de dossiers van partnergeweld niet wordt vervolgd, zeker als bijna de helft daarvan gebeurt omwille van opportuniteitsredenen”, stelt De Wit. “Hoe kan het ontbreken van een strafblad of de beperkte maatschappelijke impact een rol spelen bij zulke ernstige feiten als partnergeweld?”
Aantal huisverboden verdubbelt
Ook de cijfers over het tijdelijk huisverbod tonen de afgelopen jaren een duidelijke stijging. Daarbij wordt de vermoedelijke dader tijdelijk uit de woning verwijderd na een aangifte van geweld, om het slachtoffer en diens familie te beschermen. Het aantal maatregelen steeg van 438 in 2021 naar 926 in 2025, goed voor meer dan een verdubbeling.
“Vanuit Vlaanderen zetten we onder impuls van minister Demir de laatste jaren extra sterk in op die tijdelijke huisverboden. Het is een krachtig instrument om slachtoffers van familiaal geweld te beschermen. Ook de Veilige Huizen blijven steeds meer gezinnen bereiken. Die geïntegreerde aanpak van familiaal geweld vindt steeds beter haar weg naar gezinnen in nood”, zegt De Wit.
In de afgelopen 5 jaar werden in totaal ook 737 schendingen van zo’n huisverbod geregistreerd. Wanneer een huisverbod geschonden wordt, treedt justitie kordater op. In bijna 60% van die dossiers volgt een klassieke vervolging.
“Justitie moet echt werk maken van een betere opvolging van dossiers van partnergeweld. Er moet een uniforme registratie van partner- en intrafamiliaal geweld en een consequente opvolging van maatregelen zoals contactverboden en tijdelijke huisverboden komen. Als meer dan de helft van de dossiers van partnergeweld zonder strafrechtelijke vervolging eindigt, moeten we minstens weten wat er daarna gebeurt: welke begeleiding er volgt, welke controle er is en met welk resultaat. Vandaag kan niemand dat zeggen en dat is nefast voor de slachtoffers”, besluit De Wit.