Lang aanslepend onderzoek
Operatie Kelk ging in 2010 van start na de onthullingen rond bisschop Roger Vangheluwe. De huiszoekingen in Mechelen domineerden toen het nieuws en leidden tot grote maatschappelijke beroering. Toch sleept de gerechtelijke procedure tot vandaag aan.
De VRT-reeks Godvergeten, met getuigenissen van slachtoffers, bracht het dossier opnieuw onder de aandacht. De reportage vormde zelfs een aanleiding voor de oprichting van meerdere parlementaire commissies, in het bijzonder van de parlementaire onderzoekscommissie naar mogelijke disfuncties in ‘Operatie Kelk’.
De onderzoekscommissie, die anderhalf jaar werkte, heeft nu haar eindverslag afgerond. Dat werd quasi unaniem goedgekeurd. Enkel PVDA stemde tegen.
Grootste pijnpunten volgens De Wit
Voor Sophie De Wit, Kamerlid en lid van de onderzoekscommissie voor de N-VA, zijn de volgende drie elementen evenwel de meest kwalijke zaken die door het parlementair onderzoek bevestigd werden.
- Kritiek op houding van de Kerk
Ten eerste is het strafrechtelijk onderzoek ontaard in een juridische uitputtingsslag, met name doordat de Kerk ervoor gekozen heeft om er een procedureslag van te maken in plaats van haar volledige medewerking te verlenen aan het onderzoek naar het misbruik dat zich binnen haar structuren heeft voorgedaan. “De Kerk heeft al haar duivels ontbonden om een degelijk gerechtelijk onderzoek onmogelijk te maken”, stelt De Wit vast. “Opnieuw heeft de Kerk zo de slachtoffers niet op de eerste plaats gezet.”
- Disfuncties binnen Justitie bevestigd
Hoewel in het onderzoek hard en met de beste intenties is gewerkt door tal van individuele speurders en magistraten, toont het eindverslag daarnaast ook aan dat een aantal actoren binnen de magistratuur steken hebben laten vallen. De onderzoekscommissie bevestigt heel wat disfuncties die de Hoge Raad van Justitie reeds eerder in zijn onderzoek had blootgelegd. “Het is ontluisterend dat sommige magistraten destijds kennelijk niet in staat zijn geweest om op een professionele manier samen te werken, correcte inschattingen te maken en juiste beslissingen te nemen, zij het dan onder hoge druk”, aldus De Wit. “Zo liep de coördinatie tussen de verschillende actoren mank, werden burgerlijke partijen niet uitgenodigd op sommige zittingen, bleef een gewraakte magistraat gewoon verder zetelen en werden er tegenstrijdige arresten geveld. Daarnaast hebben destijds interne spanningen binnen de magistratuur de gedegen afhandeling van dit onderzoek evenmin bevorderd.”
- Spanningen en inmenging
Ten slotte heeft het delicate karakter van het onderzoek en de grote mediabelangstelling voor dit dossier ertoe geleid dat verschillende betrokkenen op de toppen van hun tenen liepen. Zo was er sprake van talrijke contacten tussen enerzijds de voormalige minister van Justitie en diens kabinet en anderzijds het parket-generaal. Het parket-generaal op zijn beurt ging over tot micromanagement van het dossier en stuurde dozijnen dwingende bevelen richting het bevoegde parket. “Deze talrijke contacten en verzoeken heen en weer hebben niet bijgedragen tot het serene en goede verloop van het gerechtelijk onderzoek. Men had er dan ook beter aan gedaan een meer terughoudende houding aan te nemen en het parket gewoon zijn werk laten doen”, meent De Wit.
“Al deze elementen samen hebben ertoe geleid dat het onderzoek niet is verlopen zoals had mogen worden verwacht vanuit het oogpunt van een behoorlijke rechtsbedeling. Het pijnlijke gevolg is dat we, samen met de slachtoffers, moeten vaststellen dat 'Operatie Kelk' meer dan 15 jaar na de aanvang geen tastbaar resultaat heeft opgeleverd”, stelt De Wit tot haar spijt vast.
36 aanbevelingen
De commissie formuleert 36 aanbevelingen om de werking van Justitie bij complexe dossiers te verbeteren en de positie van slachtoffers te versterken. Eerder werden al 137 aanbevelingen gedaan, onder meer over een herstelfonds voor de slachtoffers en een arbitragecommissie voor verjaarde feiten.
“Het is belangrijk om in te zetten op herstel ten aanzien van de slachtoffers, dus ik maak van de gelegenheid gebruik om hierop nogmaals aan te dringen bij de bevoegde minister”, besluit De Wit. “Dit rapport mag geen eindpunt zijn.”